Neuraaltherapie

Meer over neuraaltherapie

Waarom neuraaltherapie?

Neuraaltherapie beïnvloedt de elektrische lading van cellen in uw lichaam. Gezonde cellen zijn elektrisch geladen, zieke cellen zijn ontladen. Ontladen cellen kunnen (chronische) ziektes veroorzaken op heel andere plaatsen dan waar de ontladen cellen zich zelf bevinden.

Dat gaat zo:

  •  Ergens in uw lichaam kunnen ontladen cellen zijn. Bijvoorbeeld een ontsteking, wond, bacteriehaard, litteken of dode tand.
  • Als uw weerstand vermindert, bijvoorbeeld door stress, weersverandering, een bevalling of operatie, kunnen de ontladen cellen uw vegetatieve zenuwstelsel gaan storen. Dit is het deel van uw zenuwstelsel dat alle automatische functies regelt. Denk aan uw ademhaling, hartslag, bloedvoorziening, spijsvertering en stofwisseling. Het vegetatieve zenuwstelsel geeft elektrische pulsen door. De ontladen cellen kunnen dit systeem fundamenteel in de war sturen.
  • Als uw vegetatieve zenuwstelsel in de war wordt gestuurd, wordt dit zichtbaar bij uw zwakste orgaan. Daar wordt u ziek. Dit orgaan kan op een heel andere plek zitten dan de ontladen cellen die de oorzaak zijn van alle ontregeling. Een schouderklacht kan te maken hebben met een storend litteken aan uw onderbeen!

 

Met neuraaltherapie worden ontladen cellen weer opgeladen. Dit heeft positieve invloed op:

  • de cellen die ontladen waren: bijvoorbeeld een wond of litteken;
  • uw ontregelde vegetatieve zenuwstelsel;
  • de (chronische) klachten die zijn ontstaan door de storing van het vegetatieve zenuwstelsel.

Voor wie?

Neuraaltherapie kan bij heel veel ziekten worden ingezet. Want alle zieke cellen zijn ontladen en iedere chronische klacht kan het gevolg zijn van een storing ergens anders in uw lichaam.

Voorbeelden zijn: astma, allergieën, gewrichtsklachten, rugklachten, ischias, neu­ralgieën, reuma, migraine, hoof­dpijn, ontste­king van oren en ogen, gevolgen van ongeluk­ken, blessures, schildklieraandoe­ningen, ner­veuze hartklach­ten, ziektes van de buikor­ganen, functionele stoornissen van orga­nen, ziektes en chronische ontste­kingen van de onderbuik bij vrouwen, zelfs kinderloosheid als gevolg van chronische ontste­king van de eileiders, nier- en blaasaandoenin­gen, prostaatver­groting, functio­nele doorbloedingsstoornissen van armen en benen, littekenpijnen, vegetatieve dysto­nie, dalend prestatievermogen, post­operatieve ziek­tes, ge­voeligheid voor weersverandering, stemmings­veranderingen na bijvoorbeeld een ziekte of opera­tie.

Let op: neuraaltherapie kan de volgende aandoeningen niet genezen:

 

  • Psychische aandoeningen zoals schizofrenie, manisch-depressieve psychose en hysterie.
  • Blijvende psychische stoornissen.
  • Gebreksziektes door gebrek aan gezonde voeding of een bouwsteen, zoals een vitamine.  Bij deze ziektes moet u uw voeding/inname van stoffen veranderen.
  • Erfelijke ziektes zoals blindheid, doofheid of aangeboren epilepsie;
  • Vergevorderde infectieziektes.
  • Onomkeerbare anatomische veranderingen aan uw lichaam die zijn ontstaan door littekenvorming. Denk aan spieratrofie na kinderverlam­ming, een schrom­pelnier of schrompelle­ver.
  • Kanker. Wel kan neuraaltherapie uw eigen afweer acti­veren en zorgen dat uw organen tijdens de ziekte nog zo optimaal mogelijk functioneren.

 

Hoe gaat de behandeling

Voorbereiding

Vóór de behandeling maakt u een lijstje van alle gebeurtenissen waar uw lichaam misschien storingen (ontladen cellen) aan heeft overgehouden. Schrijf de gebeurtenissen op in volgorde van optreden. Denk hierbij aan:

  • littekens, ziektes, operaties, ongelukken, bevallin­gen.
  • een aandoening aan uw amandelen, tanden, huid, oren, ogen, neusbijholten, borstorganen, buikorganen, nieren, blaas, onderbuik, geslachtsdelen, prostaat, botten of aderen.
  • een ziekte door een lichaamsvreemd voorwerp.

Beantwoord ook de volgende vragen:

  • Gebruikt u momenteel een antistollingsmiddel?
  • Hebt u het afgelopen jaar cortison, psychofarma­ca, valium, librium e.d. ingenomen?
  • Hebt u het afgelopen jaar middelen ingenomen tegen reuma, of zenuw- of slaaptabletten?

Tijdens de behandeling

Neuraaltherapie kan op twee manieren worden toegepast:

  • We behandelen u op de plaats waar u een klacht hebt. Dit wordt segmenttherapie genoemd.
    U krijgt met heel dunne naaldjes  injec­ties in de huid op deze plek. Hierdoor wordt het hele gedeelte van uw lichaam waar de klacht zit, het volledige segment, ook in de diepte  regulerend beïnvloed. Meestal moeten we de segmenttherapie vaker herhalen totdat uw lichaam de processen weer zelf kan regelen.
  • We behandelen u op de plaats die vermoedelijk uw vegetatieve zenuwstelsel stoort, en op die manier ergens anders klachten veroorzaakt. Dit ‘op afstand klachten veroorzaken’ wordt het secondefenomeen genoemd. Ook deze behandeling gaat met injecties in de huid.  KLOPT DIT?

 

Reacties van uw lichaam

Soms is één injectie al genoeg om pijn te laten verdwijnen die u al jarenlang hebt. Maar vaak zijn meerdere behandelingen nodig voor blijvend herstel.Als een klacht verdwijnt op een andere plek dan waar u behandeld bent (seconde-fenomeen), dan moet die klacht voor minstens 16 uur verdwijnen.  We weten dan zeker dat het gaat om een seconde-fenomeen.

U kunt licht duizelig worden van de behandeling. Meestal is dit 20 minuten na de behandeling over, zodat u zelf naar huis kunt rijden.

Na de behandeling

U kunt zich na de behandeling een paar dagen moe voelen. Dat komt omdat uw lichaam lange tijd overspannen is geweest. Door de behandeling valt de spanning weg en voelt u zich moe. Het beste is hieraan toe te geven en te slapen zolang het nodig is.

U kunt ook tijdelijk spierpijn krijgen. Dit komt omdat u door het wegvallen van (gewrichts)pijn uw houding verandert. U ge­bruikt andere spieren dan voorheen en dat geeft spierpijn.

Na de eerste behandeling zijn vaak meer behandelingen nodig.

Dit kan nodig zijn om:

  • het eigen herstelvermo­gen van uw lichaam te stimule­ren, zodat het de oplading van de zieke cellen zelf kan regelen.
  • een seconde-fenomeen blijvend uit te schakelen. Het kan zijn dat uw klacht minstens 16 uur wegblijft, maar later terugkomt. Dan is een tweede injectie nodig. Na de tweede injectie moet de klacht langer dan 16 uur wegblijven.
  • meerdere stoorvelden uit te schakelen. Uw klacht kan worden veroorzaakt door meerdere plekken die storingen geven. Om de klacht blijvend op te lossen, moeten we al die plaatsen opsporen en behandelen.


Leave a Reply